Raad van Advies instellen: waarde, risico’s en juridische status
Voor groeiende MKB-ondernemingen die nog geen formele Raad van Commissarissen willen of nodig hebben, is een Raad van Advies een populair governance-instrument. Het biedt toegang tot externe expertise en netwerk zonder de wettelijke verplichtingen die bij een RvC horen. Maar de juridische status van een RvA is fundamenteel anders dan die van een RvC, en wie de spelregels niet kent, loopt risico op onduidelijke besluitvorming, aansprakelijkheidsdiscussies en frictie tussen bestuur en adviseurs.
Het cruciale verschil met een Raad van Commissarissen
Een Raad van Commissarissen is een wettelijk vennootschapsorgaan met statutair verankerde bevoegdheden, geregeld in artikel 2:140 BW en volgende voor de NV en artikel 2:250 BW en volgende voor de BV. De RvC houdt toezicht op het bestuur, adviseert het bestuur en kan in bepaalde gevallen bestuursbesluiten goedkeuren of weigeren. Commissarissen kennen een eigen aansprakelijkheidsregime op grond van artikel 2:9 BW en zijn gehouden tot een behoorlijke taakvervulling.
Een Raad van Advies daarentegen is geen vennootschapsorgaan. Hij heeft geen wettelijke status, geen statutair verankerde bevoegdheden en geen formele invloed op besluitvorming. De adviezen zijn niet bindend, en het bestuur blijft volledig verantwoordelijk voor de besluiten van de vennootschap. Juridisch gezien gaat het om een verzameling adviseurs met een contractuele opdracht.
Dat onderscheid is praktisch belangrijk. Wie een RvC instelt, neemt verantwoordelijkheid op zich; wie een RvA instelt, koopt informatie en perspectief. Beide kunnen waardevol zijn, maar het onderscheid moet helder zijn voor bestuur, aandeelhouders en adviseurs zelf.
Wat u contractueel regelt met de adviseurs
Een Raad van Advies functioneert het best wanneer de rol, bevoegdheden, frequentie en vergoeding contractueel zijn vastgelegd in een adviseursovereenkomst per individu of in een reglement Raad van Advies. Hierin staat ten minste de opdracht omschreven, de frequentie van vergaderingen, de wijze van rapportage, de geheimhouding en de vergoeding (vast of resultaatafhankelijk, met of zonder aandelenopties).
Geheimhouding verdient bijzondere aandacht. Adviseurs krijgen toegang tot gevoelige strategische, financiële en personele informatie. Een schriftelijke geheimhoudingsovereenkomst met boetebeding is daarom standaard, met expliciete bepalingen over IP, klant- en personeelsgegevens en concurrerende activiteiten.
Voor aansprakelijkheid moet zorgvuldig worden gekozen. Adviseurs willen doorgaans hun aansprakelijkheid beperken tot opzet of grove schuld, met een cap op de jaarvergoeding. Dat is doorgaans aanvaardbaar, mits de adviseur niet feitelijk als medebestuurder optreedt. Wanneer dat wel het geval is, kan hij namelijk worden gekwalificeerd als feitelijk beleidsbepaler in de zin van artikel 2:248 lid 7 BW, met alle aansprakelijkheidsrisico’s van dien.
Wanneer een RvA niet volstaat en u moet doorpakken
Bij externe financiering door private equity of venture capital is een Raad van Advies meestal onvoldoende. Investeerders willen veelal een formele RvC met goedkeuringsrechten op bepaalde besluiten, opgenomen in de statuten en in de aandeelhoudersovereenkomst. Ook bij familiebedrijven met opvolgingsvraagstukken biedt een RvC meer institutionele waarborgen tegen conflicten tussen familietakken.
Bij ondernemingen die structureel investeringsbesluiten van een bepaalde omvang willen toetsen, of die in een gereguleerde sector opereren, is een RvC praktisch onvermijdelijk. De vrijblijvendheid van een RvA wordt dan een nadeel.
Vervolgactie
Overweegt u een Raad van Advies of Raad van Commissarissen in te stellen, of loopt de bestaande governance vast op onduidelijke verantwoordelijkheden? Onze advocaten ondernemingsrecht stellen reglementen, adviseursovereenkomsten en statutenwijzigingen op die passen bij de fase en omvang van uw onderneming.