MKB Juristen stelt juridische documenten op maat op
Het beste is om belangrijke contracten, algemene voorwaarden en andere juridische documenten niet zelf te knutselen of te kopiëren. Wij helpen ondernemers budgetvriendelijk met juridisch maatwerk, vooraf duidelijke kosten en praktische uitleg.
- Contracten, voorwaarden en juridische documenten op maat
- Budgetvriendelijk en vooraf duidelijk over de kosten
- Gratis adviesgesprek of vrijblijvend een offerte aanvragen
Een stuiting van verjaring opstellen doe je met een schriftelijke aanmaning of mededeling waarin je de vordering benoemt en je ondubbelzinnig je recht op nakoming voorbehoudt (art. 3:317 BW). De brief moet duidelijk maken om welke vordering het gaat, aan wie hij is gericht en dat je nakoming blijft verlangen, zodat de verjaringstermijn geldig wordt onderbroken en een nieuwe termijn gaat lopen (art. 3:319 BW).
Het korte antwoord
- Kern: een schriftelijke aanmaning of mededeling met een ondubbelzinnig voorbehoud van je recht (art. 3:317 BW).
- Inhoud: partijen, de vordering, het bedrag, de grondslag en de datum.
- Voorbehoud: benoem uitdrukkelijk dat je nakoming blijft verlangen.
- Verzending: aangetekend, met bewaard verzend- en ontvangstbewijs.
- Timing: vóór het einde van de verjaringstermijn (vaak vijf jaar, art. 3:307 BW).
Stuiting van verjaring opstellen: de vaste onderdelen
Een stuitingsbrief is geen standaardaanmaning. Het doel is de verjaring te onderbreken, en daarvoor stelt de wet inhoudelijke eisen. Op grond van art. 3:317 BW moet de brief bij een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis een schriftelijke aanmaning of mededeling zijn waarin je je ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehoudt. Ontbreekt dat voorbehoud of is de vordering onvoldoende bepaald, dan kan de stuiting mislukken.
De brief bevat daarom minimaal: de gegevens van beide partijen, een concrete omschrijving van de vordering, het bedrag of de prestatie, de grondslag (bijvoorbeeld een factuur of overeenkomst), de datum en het uitdrukkelijke voorbehoud. Zo weet de schuldenaar precies welke vordering je bedoelt en dat je die blijft opeisen.
Het ondubbelzinnige voorbehoud
Het hart van de stuitingsbrief is de mededeling dat je je het recht op nakoming voorbehoudt. Dat moet ondubbelzinnig zijn. Een zin als: “Ik behoud mij uitdrukkelijk en ondubbelzinnig alle rechten voor op nakoming van deze vordering” laat geen ruimte voor twijfel. Een te vrijblijvende formulering, zoals alleen een vraag of het al betaald is, kan onvoldoende zijn. De schuldenaar moet uit de brief kunnen opmaken dat hij er rekening mee moet houden dat je de vordering blijft geldend maken.
Welke gegevens neem je op?
- Afzender en geadresseerde: volledige naam- en adresgegevens van beide partijen.
- De vordering: welke prestatie of welk bedrag je verlangt.
- De grondslag: de overeenkomst, factuur of gebeurtenis waarop de vordering berust.
- Het bedrag: de hoofdsom en eventueel rente en kosten.
- Het voorbehoud: de ondubbelzinnige mededeling dat je nakoming blijft verlangen.
- Datum en ondertekening: zodat het moment van stuiting vaststaat.
Hoe concreter de omschrijving, hoe kleiner de kans op discussie over de vraag of de juiste vordering is gestuit. Verwijs waar mogelijk naar factuurnummers, data en bedragen.
Verzending en bewijs
De inhoud is het halve werk; het bewijs is de andere helft. Verstuur de stuitingsbrief bij voorkeur aangetekend, zodat je kunt aantonen dat en wanneer hij is verzonden. Bewaar een kopie van de brief en het verzendbewijs. Bij een geschil moet je namelijk kunnen bewijzen dat de mededeling de schuldenaar heeft bereikt binnen de verjaringstermijn. Een e-mail kan volstaan, maar levert vaak minder sterk bewijs op dan aangetekende post.
Timing en herhaling
Stuur de brief ruim vóór het einde van de verjaringstermijn. Veel geldvorderingen verjaren vijf jaar na opeisbaarheid (art. 3:307 BW); bij schadevergoeding geldt vijf jaar na bekendheid met schade en aansprakelijke, met een absolute grens van twintig jaar (art. 3:310 BW). Na een geldige stuiting begint een nieuwe termijn te lopen (art. 3:319 BW), in beginsel even lang maar maximaal vijf jaar. Blijft betaling uit en dreigt de nieuwe termijn ook te verstrijken, dan stuit je opnieuw of zet je een daad van rechtsvervolging in.
Praktijkvoorbeeld: een adviesbureau had een openstaande vordering uit een opdracht van vier jaar geleden. De ondernemer stuurde een korte stuitingsbrief met een duidelijke omschrijving van de opdracht, het factuurnummer, het bedrag en een uitdrukkelijk voorbehoud, aangetekend verstuurd. Daarmee kocht hij vijf jaar extra ruimte om de vordering alsnog te innen, zonder direct te hoeven procederen.
Eerlijke aanbeveling
Je hebt niet altijd een jurist nodig. Bij een duidelijke, onbetwiste vordering en een ruime termijn kun je de stuitingsbrief zelf opstellen. Zorg dan dat je de vordering concreet benoemt, je recht ondubbelzinnig voorbehoudt en de brief aangetekend verstuurt met bewaard bewijs. Een correcte, tijdige brief doet in die gevallen zijn werk.
Laat de brief wel controleren of opstellen als de termijn bijna is verstreken, als de vordering wordt betwist, als de bekendheidsdatum bij schadevergoeding onzeker is, of als er meerdere schuldenaren zijn. Juist dan telt elke formulering: een onvoldoende bepaald voorbehoud kan de vordering alsnog laten verjaren. Een korte juridische toets is dan een kleine investering tegenover het verlies van de hele vordering.
Meer lezen: stuiting van verjaring, wat is een stuiting van verjaring en stuiting van verjaring laten opstellen.
Veelgestelde vragen
De gegevens van beide partijen, een concrete omschrijving van de vordering, de grondslag, het bedrag, de datum en een ondubbelzinnig voorbehoud van je recht op nakoming (art. 3:317 BW). Hoe duidelijker de vordering is omschreven, hoe kleiner de kans op discussie of de juiste vordering is gestuit.
Zo duidelijk dat er geen twijfel mogelijk is, bijvoorbeeld: “Ik behoud mij uitdrukkelijk en ondubbelzinnig alle rechten voor op nakoming van deze vordering.” De schuldenaar moet uit de brief kunnen opmaken dat je de vordering blijft geldend maken. Een vrijblijvende of vragende toon is vaak onvoldoende.
Het is niet wettelijk verplicht, maar wel sterk aan te raden. Bij een geschil moet je bewijzen dat de mededeling de schuldenaar heeft bereikt binnen de verjaringstermijn. Aangetekende post levert een verzend- en ontvangstbewijs op. Een e-mail kan volstaan, maar geeft doorgaans zwakker bewijs.
Ruim vóór het einde van de verjaringstermijn. Veel vorderingen tot nakoming verjaren vijf jaar na opeisbaarheid (art. 3:307 BW). Wacht niet tot de laatste dag, want je moet ook kunnen aantonen dat de brief de schuldenaar op tijd heeft bereikt. Reken terug vanaf het moment dat de vordering opeisbaar werd.
Ja. Na een geldige stuiting begint een nieuwe termijn te lopen (art. 3:319 BW), in beginsel even lang maar maximaal vijf jaar. Blijft betaling uit en dreigt ook die termijn te verstrijken, dan kun je opnieuw stuiten of een daad van rechtsvervolging inzetten, zolang je dat steeds op tijd doet.
Niet altijd. Een aanmaning stuit alleen als daaruit ondubbelzinnig blijkt dat je je het recht op nakoming voorbehoudt (art. 3:317 BW). Een korte betalingsherinnering zonder duidelijk voorbehoud kan onvoldoende zijn. Neem het voorbehoud daarom expliciet op en benoem de vordering concreet.
Voor een geldige stuiting is geen reactie of instemming van de schuldenaar nodig; de mededeling hoeft hem alleen te bereiken. Reageert hij niet en blijft betaling uit, dan kun je vóór het einde van de nieuwe termijn opnieuw stuiten of overgaan tot een daad van rechtsvervolging, zoals een dagvaarding (art. 3:316 BW).