MKB Juristen stelt juridische documenten op maat op
Het beste is om belangrijke contracten, algemene voorwaarden en andere juridische documenten niet zelf te knutselen of te kopiëren. Wij helpen ondernemers budgetvriendelijk met juridisch maatwerk, vooraf duidelijke kosten en praktische uitleg.
- Contracten, voorwaarden en juridische documenten op maat
- Budgetvriendelijk en vooraf duidelijk over de kosten
- Gratis adviesgesprek of vrijblijvend een offerte aanvragen
Wat is een stuiting van verjaring? Het is de handeling waarmee je een lopende verjaringstermijn onderbreekt, zodat je vordering niet verjaart en opeisbaar blijft. Meestal gebeurt dat met een schriftelijke aanmaning of mededeling (art. 3:317 BW), waarin je je ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehoudt. Na een geldige stuiting begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen (art. 3:319 BW).
Het korte antwoord
- Wat: het onderbreken van een verjaringstermijn zodat je vordering geldig blijft.
- Hoe: schriftelijke aanmaning of mededeling (art. 3:317 BW), een rechtsvordering (art. 3:316 BW) of erkenning door de schuldenaar (art. 3:318 BW).
- Gevolg: na stuiting begint een nieuwe verjaringstermijn (art. 3:319 BW).
- Termijn: veel geldvorderingen verjaren na vijf jaar (art. 3:307 en 3:310 BW).
- Waarom: een verjaarde vordering kun je niet meer via de rechter afdwingen.
Wat is een stuiting van verjaring?
Een vordering verjaart na verloop van tijd. Verjaring betekent niet dat de schuld verdwijnt, maar dat de schuldeiser de nakoming niet meer via de rechter kan afdwingen. De schuldenaar kan zich dan met succes op verjaring beroepen. Om dat te voorkomen, stuit je de verjaring: je onderbreekt de lopende termijn voordat die is verstreken.
De meest gebruikte vorm is de schriftelijke stuiting op grond van art. 3:317 BW. Voor een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis volstaat een schriftelijke aanmaning of een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig het recht op nakoming voorbehoudt. Voor andere rechtsvorderingen moet de aanmaning binnen zes maanden worden gevolgd door een daad van rechtsvervolging.
Welke termijnen gelden er?
De verjaringstermijn hangt af van het soort vordering. Twee komen in het mkb vaak voor:
- Art. 3:307 BW: een vordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst (bijvoorbeeld een onbetaalde factuur) verjaart in beginsel vijf jaar nadat de vordering opeisbaar is geworden.
- Art. 3:310 BW: een vordering tot schadevergoeding verjaart vijf jaar nadat je bekend bent met de schade en de aansprakelijke persoon, met een absolute grens van twintig jaar na de gebeurtenis.
Er bestaan afwijkende termijnen, bijvoorbeeld voor consumentenkoop of bepaalde rechtsvorderingen. Reken daarom altijd terug vanaf het moment dat de vordering opeisbaar werd of dat je met de schade bekend raakte.
Hoe stuit je de verjaring?
Er zijn drie hoofdroutes:
- Schriftelijke stuiting (art. 3:317 BW): een brief of bericht waarin je de nakoming aanmaant en je ondubbelzinnig je recht voorbehoudt. Dit is de gangbare stuitingsbrief.
- Rechtsvordering (art. 3:316 BW): het instellen van een eis of een andere daad van rechtsvervolging, zoals een dagvaarding.
- Erkenning (art. 3:318 BW): als de schuldenaar het recht erkent, bijvoorbeeld door een betalingsregeling of een deelbetaling, stuit dat de verjaring vanzelf.
Bij de schriftelijke stuiting komt het aan op de inhoud. De mededeling moet voldoende duidelijk maken welke vordering je bedoelt en dat je nakoming blijft verlangen. Een vage of te algemene brief kan onvoldoende zijn om de verjaring te onderbreken.
Wat gebeurt er na de stuiting?
Na een geldige stuiting begint op grond van art. 3:319 BW een nieuwe verjaringstermijn te lopen, vanaf de dag na de stuiting. Die nieuwe termijn is in beginsel even lang als de oorspronkelijke, maar bedraagt maximaal vijf jaar. Je kunt de verjaring in principe telkens opnieuw stuiten, zolang je dat op tijd doet en steeds voldoet aan de vereisten.
Waarom stuiting belangrijk is voor het mkb
Bewijs is de reden om stuiting serieus te nemen. Wie een vordering laat liggen, loopt het risico dat de termijn verstrijkt en de schuldenaar zich op verjaring beroept. Dan is de vordering feitelijk niets meer waard, ook al klopt zij inhoudelijk.
Praktijkvoorbeeld: een installatiebedrijf leverde in 2020 een grote opdracht op en stuurde een deelfactuur die onbetaald bleef. De ondernemer bleef er informeel over praten, maar legde niets schriftelijk vast. Toen hij vlak voor de vijfjaarsgrens actie wilde ondernemen, beriep de klant zich op verjaring. Een tijdige stuitingsbrief met een ondubbelzinnig voorbehoud had de termijn onderbroken en het recht op nakoming veiliggesteld.
Eerlijke aanbeveling
Je hebt niet altijd een jurist nodig. Bij een duidelijke, onbetwiste factuur en een ruime termijn kun je zelf een aangetekende stuitingsbrief sturen waarin je de vordering benoemt en je ondubbelzinnig je recht op nakoming voorbehoudt. Bewaar het verzendbewijs. Een correcte, tijdige brief is vaak voldoende.
Schakel wel hulp in als de termijn bijna is verstreken, als de vordering wordt betwist, als het om schadevergoeding gaat waarbij de bekendheidsdatum onzeker is, of als er meerdere partijen betrokken zijn. In die gevallen is het bewijs van een geldige stuiting cruciaal, en een misslag in de inhoud of het moment kan de vordering alsnog laten verjaren. Een korte controle vooraf is dan verstandig.
Meer lezen: stuiting van verjaring, stuiting van verjaring opstellen en stuiting van verjaring laten opstellen.
Veelgestelde vragen
Het onderbreken van een lopende verjaringstermijn, zodat je vordering niet verjaart en opeisbaar blijft. Dat kan met een schriftelijke aanmaning of mededeling (art. 3:317 BW), een rechtsvordering (art. 3:316 BW) of erkenning door de schuldenaar (art. 3:318 BW). Na stuiting begint een nieuwe termijn (art. 3:319 BW).
Een vordering tot nakoming uit overeenkomst, zoals een onbetaalde factuur, verjaart in beginsel vijf jaar nadat zij opeisbaar is geworden (art. 3:307 BW). Voor schadevergoeding geldt vijf jaar na bekendheid met schade en aansprakelijke, met een absolute grens van twintig jaar (art. 3:310 BW). Reken altijd terug vanaf de opeisbaarheid.
Met een aanmaning of mededeling waarin je de vordering benoemt en je ondubbelzinnig je recht op nakoming voorbehoudt (art. 3:317 BW). De brief moet duidelijk maken welke vordering je bedoelt. Verstuur bij voorkeur aangetekend en bewaar het verzendbewijs, zodat je de stuiting later kunt aantonen.
Er begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen vanaf de dag na de stuiting (art. 3:319 BW). Die nieuwe termijn is in beginsel even lang als de oorspronkelijke, maar maximaal vijf jaar. Je kunt de verjaring in principe telkens opnieuw stuiten, zolang je dat op tijd doet en aan de vereisten voldoet.
Ja. Als de schuldenaar het recht erkent, bijvoorbeeld door een betalingsregeling of een deelbetaling, stuit dat de verjaring op grond van art. 3:318 BW. Erkenning kan uitdrukkelijk of blijken uit gedrag. Leg zo’n erkenning wel schriftelijk vast, zodat je haar later kunt bewijzen.
Niet meer via de rechter. Als de termijn is verstreken en de schuldenaar zich op verjaring beroept, kun je nakoming niet meer afdwingen. De schuld verdwijnt juridisch niet, maar je mist het middel om betaling af te dwingen. Daarom is tijdig stuiten belangrijk.
Ja. Het instellen van een eis of een andere daad van rechtsvervolging, zoals een dagvaarding, stuit de verjaring op grond van art. 3:316 BW. Leidt de eis niet tot toewijzing, dan is de verjaring alleen gestuit als binnen zes maanden een nieuwe, wel toegewezen eis volgt.