Wat is het retentierecht en wanneer mag u het inroepen?
Het retentierecht geeft u als schuldeiser de bevoegdheid om de afgifte van een zaak aan uw klant op te schorten totdat die klant zijn openstaande factuur heeft betaald. Simpel gezegd: zolang uw klant niet betaalt, geeft u zijn spullen niet terug.
Het is een effectief drukmiddel. In de meeste gevallen zorgt de dreiging van niet-afgifte ervoor dat de klant alsnog betaalt. Maar het retentierecht is gebonden aan strikte juridische vereisten. Roept u het onterecht in, dan bent u zelf schadeplichtig. Laat uw positie beoordelen voordat u handelt.
Het retentierecht is geregeld in artikel 3:290 BW en geldt zowel voor roerende zaken — zoals een auto,
machine of administratie — als voor onroerende zaken, zoals een pand in aanbouw.
De drie vereisten voor rechtsgeldig retentierecht
Om rechtsgeldig een beroep te kunnen doen op het retentierecht moet aan drie voorwaarden zijn voldaan.
Ten eerste een opeisbare vordering. De betalingstermijn op uw factuur moet zijn verstreken. Is er geen
betalingstermijn afgesproken, dan is de vordering direct opeisbaar. Wordt uw vordering inhoudelijk
betwist, dan loopt u risico als u toch het retentierecht inroept.
Ten tweede feitelijke macht over de zaak. U moet de zaak daadwerkelijk fysiek onder u hebben. De auto staat nog in uw garage, de woning is nog niet opgeleverd, de administratie staat nog bij u. Zodra u de zaak heeft
afgegeven, kunt u het retentierecht niet meer inroepen — ook niet als achteraf blijkt dat de factuur niet is
betaald.
Ten derde voldoende samenhang. Er moet een nauwe verbinding bestaan tussen de zaak en uw vordering.
Een garagehouder die een auto heeft gerepareerd, heeft samenhang. Een garagehouder die een auto in
stalling heeft maar een onbetaalde factuur heeft voor een eerder uitgevoerde reparatie aan een andere
auto — dat is minder duidelijk en vereist beoordeling.
Bekende voorbeelden in de praktijk
Het retentierecht wordt in de praktijk het meest ingeroepen door aannemers die een woning niet opleveren zolang de factuur openstaat, garagehouders die een gerepareerde auto vasthouden, accountants en boekhouders die een opgestelde jaarrekening of belastingaangifte niet verstrekken, en stallingshouders die een paard of voertuig niet teruggeven.
Let op bij accountants: u mag wel de door u vervaardigde stukken achterhouden zoals een opgestelde jaarrekening, maar niet de originele documenten die aan u zijn toevertrouwd, zoals facturen, notariële akten of onbewerkte bedrijfsadministratie.
Wat als de klant toch niet betaalt?
Als de klant ook na het inroepen van het retentierecht weigert te betalen, kunt u de zaak uiteindelijk
verkopen om uw vordering te voldoen. Maar dat mag niet zomaar: u heeft daarvoor een executoriale titel
nodig — in de praktijk een rechterlijk vonnis. Daarna kan de zaak via een openbare veiling worden verkocht,
of met toestemming van de rechter onderhands.
Het grote voordeel: u heeft bij de opbrengst voorrang op andere schuldeisers. Ook tijdens het faillissement van uw klant blijft het retentierecht in stand. De curator zal de factuur voldoen of de zaak met voorrang aan u uitkeren.
Wanneer mag u het retentierecht niet inroepen?
Er zijn situaties waarin het retentierecht niet geldt of niet mag worden ingeroepen. De belangrijkste: als
de vordering is verjaard; als u zelf in gebreke bent en de opdracht niet of niet volledig heeft uitgevoerd;
als de zaak door brand of verlies niet meer in uw macht is; of als de klant betaling niet kan voldoen
door overmacht.
Oefent u het retentierecht onterecht uit, dan bent u schadeplichtig. Juist bij grotere projecten —
zoals in de bouw — kan die schade aanzienlijk oplopen.