Een incassobureau kost in Nederland doorgaans tussen de € 40 en € 6.775 — niet als richtprijs, maar als de wettelijke staffel (WIK) waaraan de incassokosten zijn gebonden. Het mooie nieuws: bij volledige betaling door de debiteur is een incassoprocedure voor jou als schuldeiser vaak kosteloos. Hieronder de drie kostenmodellen, de WIK-staffel met cijfers, en wanneer welke route je het minste geld kost.
Piet de stukadoor had jarenlang het idee dat een incassobureau “een kapitaal” kostte. Toen zijn klant van € 9.000 niet betaalde, ontdekte hij dat de WIK-kosten van € 925 gewoon bij de debiteur in rekening werden gebracht — en dat het bureau no cure no pay werkte. De netto kosten voor Piet bij volledige inning: nul. In dit artikel: hoe het echt zit.
Het korte antwoord: wat kost een incassobureau?
Drie kostenmodellen die je tegenkomt:
- No cure no pay. Je betaalt alleen bij succes — meestal 10 tot 20% commissie over het geïnde bedrag (excl. btw). Bij geen inning: geen kosten, behalve eventuele administratie- of dossierkosten.
- WIK doorberekenen. De wettelijke buitengerechtelijke incassokosten worden bij de debiteur in rekening gebracht volgens een vaste staffel. Komt de debiteur over de brug, dan betaalt hij het — niet jij.
- Vast tarief / abonnement. Voor bedrijven met veel debiteuren: een vast bedrag per dossier of een maandelijks abonnement.
In de praktijk combineren incassobureaus vaak deze modellen — bijvoorbeeld no cure no pay op het buitengerechtelijke deel, met aanvullende kosten bij doorgeleiding naar de rechter.
De WIK-staffel: wat mag aan incassokosten worden gerekend?
De buitengerechtelijke incassokosten zijn wettelijk vastgelegd in het Besluit Vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten (BIK). De staffel — onveranderd sinds 2012, met een verhoging van het maximum sinds 2018:
- Over de eerste € 2.500 van de hoofdsom: 15%, met een minimum van € 40.
- Over de volgende € 2.500 (tot € 5.000): 10%.
- Over de volgende € 5.000 (tot € 10.000): 5%.
- Over de volgende € 190.000 (tot € 200.000): 1%.
- Over het meerdere boven € 200.000: 0,5%, met een absoluut maximum van € 6.775.
Een paar concrete voorbeelden:
- Hoofdsom € 500 → incassokosten € 75 (15% over € 500, met minimum € 40 al gepasseerd).
- Hoofdsom € 1.000 → € 150.
- Hoofdsom € 5.000 → € 625 (€ 375 + € 250).
- Hoofdsom € 10.000 → € 875 (€ 375 + € 250 + € 250).
- Hoofdsom € 50.000 → € 1.275 (€ 875 + 1% × € 40.000).
Volledige uitleg met alle scenario’s: de Wet Incassokosten (WIK) en incassokosten en wettelijke rente doorrekenen. Officiële tekst: het BIK op wetten.overheid.nl.
Bij consumenten geldt de WIK-staffel altijd
Verkoop je aan consumenten, dan mag je niet méér aan incassokosten doorberekenen dan de WIK-staffel voorschrijft. Bovendien moet je eerst een 14-dagenbrief (aanmaning) versturen — zonder die brief vervalt je recht op incassokosten. Lees ook incassokosten in rekening brengen: wat mag en wat moet.
B2B: contractuele afspraken kunnen afwijken
Bij zakelijke vorderingen mogen partijen in algemene voorwaarden of in een overeenkomst andere afspraken maken — bijvoorbeeld een vast percentage van 15% met een eigen minimum, hogere rente, of een rentecombinatie met de wettelijke handelsrente. Voorwaarde: je AV moeten correct van toepassing zijn (zie de uitleg in twee keer gehannes bij toepasselijkheid van AV).
Voor wettelijke handelsrente B2B en de actuele percentages: wettelijke handelsrente bij onbetaalde facturen. De wettelijke handelsrente ligt in 2025/2026 rond 12% per jaar — substantieel hoger dan de gewone wettelijke rente bij consumenten.
Wie betaalt het uiteindelijk?
De korte versie: de debiteur, mits de buitengerechtelijke incasso slaagt en je hem volgens de wet de kosten doorberekent. Drie scenario’s:
- Volledige inning: debiteur betaalt hoofdsom + rente + incassokosten. Netto kost het jou niets (afgezien van een eventuele no cure no pay-commissie).
- Gedeeltelijke inning: de wet bepaalt dat eerst de incassokosten en rente worden gedekt, dan pas de hoofdsom. Bij gedeeltelijke betaling kun je het restbedrag alsnog opeisen.
- Geen inning: bij no cure no pay betaal je weinig tot niets. Bij andere modellen wel administratie- of dossierkosten. Een gerechtelijke vervolgprocedure brengt griffierecht en eventueel advocaatkosten met zich mee.
Wanneer is een incassobureau de moeite niet?
Drie situaties waarin het — eerlijk gezegd — zelden de moeite is:
- De vordering is heel klein (bijvoorbeeld onder € 100) en je hebt geen contractuele incassokosten afgesproken. De kosten en moeite wegen niet op tegen de opbrengst.
- De debiteur is in financiële problemen of failliet. Dan loopt je vordering via een andere route — soms een aanmelding bij een bewindvoerder of curator.
- Er is een serieuze inhoudelijke betwisting van de factuur. Dan is overleg of een gerechtelijke procedure logischer dan eerst een buitengerechtelijk traject.
Eerlijke aanbeveling
Voor de meeste mkb-vorderingen is een incassobureau financieel een verstandig instrument: de wettelijke incassokosten dekken doorgaans de inschakeling, en bij no cure no pay betaal je alleen bij succes. Het écht goedkoop houden lukt alleen als je administratie op orde is — dus een nette factuur, AV correct van toepassing, een tijdige aanmaning bij consumenten, en niet langer dan een maand wachten.
Bekijk de mogelijkheden om een incasso te starten bij MKB Juristen. Voor het volledige stappenplan en wat je zelf vooraf moet regelen: incassobureau inschakelen.
Veelgestelde vragen
De wettelijke incassokosten lopen volgens een staffel van minimaal € 40 tot maximaal € 6.775. Bij no cure no pay betaal je 10–20% commissie over het geïnde bedrag. Bij volledige betaling door de debiteur is een incassoprocedure voor de schuldeiser vaak kosteloos.
De wettelijke staffel voor buitengerechtelijke incassokosten: 15% over de eerste € 2.500 (min. € 40), 10% over € 2.500–€ 5.000, 5% over € 5.000–€ 10.000, 1% over € 10.000–€ 200.000 en 0,5% over het meerdere, met een maximum van € 6.775.
De debiteur, mits de buitengerechtelijke incasso slaagt en je hem de kosten volgens de wet hebt doorberekend. Bij consumenten is daarvoor een correcte 14-dagenbrief noodzakelijk. Slaagt de inning niet, dan blijft een deel — afhankelijk van het kostenmodel — bij de schuldeiser hangen.
Een kostenmodel waarbij je alleen betaalt als het bureau iets int. De commissie is meestal 10–20% over het geïnde bedrag, exclusief btw. Bij geen inning: geen kosten, behalve eventuele administratie- of dossierkosten. Lees de kleine letters vóór je tekent.
Ja, mits dat in een geldige overeenkomst of in correct van toepassing zijnde algemene voorwaarden is afgesproken. Bij consumenten zijn afwijkingen ten nadele van de consument niet toegestaan; daar geldt de WIK als plafond.
Bovenop de buitengerechtelijke kosten komen griffierecht (afhankelijk van het vorderingsbedrag), kosten van de dagvaarding door een deurwaarder, en — boven € 25.000 — advocaatkosten. Bij toewijzing kun je een deel van die kosten weer op de debiteur verhalen.
Voor vorderingen onder ongeveer € 100 vaak niet — de wettelijke incassokosten zijn minstens € 40, maar de moeite en het rendement zijn beperkt. Heb je veel kleine vorderingen, dan loont het collectief: een vast tarief of abonnement bij een incassobureau.