MKB Juristen stelt juridische documenten op maat op
Het beste is om belangrijke contracten, algemene voorwaarden en andere juridische documenten niet zelf te knutselen of te kopiëren. Wij helpen ondernemers budgetvriendelijk met juridisch maatwerk, vooraf duidelijke kosten en praktische uitleg.
- Contracten, voorwaarden en juridische documenten op maat
- Budgetvriendelijk en vooraf duidelijk over de kosten
- Gratis adviesgesprek of vrijblijvend een offerte aanvragen
Niet elke BV of rechtspersoon is Vpb-plichtig. De Wet Vpb kent een aantal subjectieve en objectieve vrijstellingen — voor stichtingen, verenigingen, beleggingsinstellingen, en specifieke activiteiten. Voor de meeste mkb-BV’s gelden ze niet, maar wie zijn structuur slim inricht of activiteiten in een stichting onderbrengt, kan profiteren. Hieronder: wie wel en wie niet vrijgesteld is, hoe je de toets doet, en wanneer je het beste een fiscalist bellen kunt.
Het korte antwoord
- Vpb-plicht: standaard voor BV’s, NV’s en buitenlandse vennootschappen met substantiële activiteit in NL.
- Subjectieve vrijstelling: bepaalde rechtspersonen sowieso niet belast (overheid, sommige stichtingen).
- Objectieve vrijstelling: bepaalde inkomsten of activiteiten niet belast (deelnemingsvrijstelling, innovatiebox).
- Stichtingen/verenigingen: alleen Vpb-plichtig bij “onderneming drijven”.
- Drempel kleine stichtingen: € 15.000 winst of € 75.000 cumulatief over 5 jaar.
Wie is Vpb-plichtig?
Vpb-plichtig zijn (art. 2 Wet Vpb):
- BV, NV, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij — altijd.
- Stichting en vereniging — alleen als ze een onderneming drijven.
- Buitenlandse vennootschappen met vaste inrichting in Nederland.
- Bepaalde fondsen en doelvermogens.
Niet Vpb-plichtig:
- Eenmanszaak en VOF — vallen onder inkomstenbelasting.
- Particulieren — IB-plichtig.
- Stichtingen en verenigingen zonder onderneming — geen Vpb.
Vrijstelling voor stichtingen en verenigingen
Een stichting of vereniging is Vpb-plichtig zodra ze een “onderneming drijft” (art. 4 Wet Vpb). Criteria:
- Duurzaam: niet eenmalig.
- Organisatie van arbeid en kapitaal.
- Deelname aan economisch verkeer.
- Winststreven (mag, ook gericht op een goed doel).
Voorbeeld: een sportvereniging die alleen contributies en cantine-inkomsten heeft = geen onderneming. Maar dezelfde club die professioneel teamevenementen organiseert = mogelijk wel onderneming → Vpb-plichtig over die activiteit.
Vrijstellingsdrempel voor kleine activiteiten
Zelfs als een stichting onderneemt: geen Vpb-aanslag als de winst onder een drempel blijft (art. 6 Wet Vpb):
- Winst per jaar < € 15.000, OF
- Winst cumulatief over 5 jaar < € 75.000.
Boven die drempel: gewone Vpb. Eronder: vrijgesteld — geen aangifte hoeven doen, mits Belastingdienst is geïnformeerd. Handig voor kleine sportclubs, beroepsverenigingen en lokale stichtingen.
Objectieve vrijstellingen
Bepaalde inkomsten zijn vrijgesteld ongeacht wie ze ontvangt:
- Deelnemingsvrijstelling (art. 13): dividend en verkoopwinst tussen BV’s. Zie deelnemingsvrijstelling.
- Innovatiebox (art. 12b): innovatieve winst tegen 9%. Zie innovatiebox.
- Bosbouwregeling: voor commercieel beheerde bosbouwexploitatie.
- Sportvrijstelling: amateursporten onder voorwaarden.
- Onderwijsvrijstelling: voor instellingen die kwalificerend onderwijs leveren.
Pensioenfondsen en beleggingsinstellingen
Specifieke instellingen kennen eigen regimes:
- Pensioenfondsen: subjectief vrijgesteld onder voorwaarden.
- FBI (fiscale beleggingsinstelling): 0% Vpb-tarief mits vrijwel alle winst wordt uitgekeerd.
- VBI (vrijgestelde beleggingsinstelling): vrijgesteld onder voorwaarden, alternatief voor particuliere holdings.
Hoe kom ik in aanmerking?
Stappen:
- Bepaal rechtsvorm — BV altijd Vpb-plichtig; stichting alleen bij onderneming.
- Analyseer activiteiten — passieve verhuur of beleggingen? Of actieve onderneming?
- Toets drempelbedragen — winst onder € 15.000 / cumulatief € 75.000?
- Check specifieke vrijstellingen — onderwijs, sport, charitatieve doelen.
- Vraag indien nodig vooroverleg met Belastingdienst aan.
Eerlijke aanbeveling
Voor een BV is volledige Vpb-vrijstelling vrijwel onmogelijk — wel kan via objectieve vrijstellingen (deelnemingsvrijstelling, innovatiebox) flink worden geoptimaliseerd. Voor stichtingen en verenigingen wel relevant: zorgvuldige toetsing van “onderneming drijven” en drempelbedragen voorkomt onnodige Vpb-plicht. Bij twijfel — vooral bij goede doelen of culturele instellingen — een fiscalist met non-profit-ervaring kunnen verlossen van veel administratie.
Voor andere onderwerpen: welke belastingen betaalt een BV, Vpb-aangifte en deelnemingsvrijstelling.
Veelgestelde vragen
Ja, een BV is altijd Vpb-plichtig over haar winst — net als NV, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij. Wel kunnen objectieve vrijstellingen (deelnemingsvrijstelling, innovatiebox) een groot deel van de winst onbelast laten.
Een stichting (of vereniging) is Vpb-plichtig als ze een onderneming drijft — duurzaam deelneemt aan economisch verkeer met organisatie van arbeid en kapitaal. Zuiver charitatieve of contributie-financierde activiteiten: meestal geen Vpb.
Voor stichtingen en verenigingen die onderneming drijven: vrijgesteld als winst per jaar onder € 15.000 blijft of cumulatief over 5 jaar onder € 75.000. Boven die drempels: gewone Vpb-plicht.
Vrijstellingen die op bepaalde inkomsten gelden ongeacht wie ze ontvangt: deelnemingsvrijstelling (dividend tussen BV’s), innovatiebox (9% op R&D), bosbouwregeling, en specifieke sport/onderwijs-vrijstellingen.
Vrijgestelde beleggingsinstelling — een beleggingsvennootschap die onder voorwaarden vrijgesteld is van Vpb. Alternatief voor particuliere holdings voor beleggers. Voorwaarden: kapitaalverdeling, beleggingstype en transparantie.
Subjectieve vrijstellingen werken automatisch — geen aangifte hoeven doen mits Belastingdienst geïnformeerd. Objectieve vrijstellingen: in de Vpb-aangifte aangeven. Bij twijfel: vooroverleg met Belastingdienst aanvragen.
Bij stichtingen die activiteit ontwikkelen, BV’s met grote internationale structuren, of bij twijfel over vrijstellingsmogelijkheden. Een fiscalist met non-profit en mkb-ervaring kan structuren slim inrichten en discussies met Belastingdienst voorkomen.