MKB Juristen stelt juridische documenten op maat op
Het beste is om belangrijke contracten, algemene voorwaarden en andere juridische documenten niet zelf te knutselen of te kopiëren. Wij helpen ondernemers budgetvriendelijk met juridisch maatwerk, vooraf duidelijke kosten en praktische uitleg.
- Contracten, voorwaarden en juridische documenten op maat
- Budgetvriendelijk en vooraf duidelijk over de kosten
- Gratis adviesgesprek of vrijblijvend een offerte aanvragen
Ja, als werkgever mag je voor bovenwettelijke vakantiedagen een eigen, afwijkende regeling afspreken. Bovenwettelijke vakantiedagen — alles boven het wettelijk minimum van vier keer de overeengekomen arbeidsduur per week — vallen niet onder de Europese minimumbescherming, maar onder het Nederlandse recht en je eigen afspraken. Het Europees Hof van Justitie bevestigde dit in zijn arrest van 19 november 2019 (de zaak TSN/Fimlab). Je mag dus zelf vastleggen of deze extra dagen vervallen, worden uitbetaald, doorgeschoven of bij ziekte worden opgebouwd — mits een toepasselijke cao je niets anders voorschrijft.
Wat zijn wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen?
Het Nederlandse vakantierecht kent twee soorten vakantiedagen, en het onderscheid is cruciaal voor wat je als werkgever wel en niet mag regelen.
- Wettelijke vakantiedagen. Iedere werknemer heeft per jaar recht op minimaal vier keer het aantal overeengekomen werkdagen per week. Bij een fulltime baan van vijf dagen zijn dat dus 20 wettelijke vakantiedagen per jaar. Dit minimum is wettelijk beschermd en daar mag je niet onder gaan.
- Bovenwettelijke vakantiedagen. Alles wat je daarbovenop toekent — bijvoorbeeld de 5 extra dagen waarmee veel werkgevers op 25 vakantiedagen uitkomen — zijn bovenwettelijke dagen. Deze ben je niet verplicht te geven; je kent ze toe via de arbeidsovereenkomst, een personeelsregeling of een cao.
Omdat bovenwettelijke dagen vrijwillig zijn, heb je er ook veel meer vrijheid in om afwijkende voorwaarden aan te koppelen. Dat verschil werkt door in vrijwel elke vraag die je je als werkgever stelt: wanneer ze vervallen, of ze worden uitbetaald en of ze tijdens ziekte doorlopen.
Wettelijke versus bovenwettelijke dagen in het kort
- Aantal: wettelijk is minimaal vier weken per jaar; bovenwettelijk bepaal je zelf (of de cao).
- Verval/verjaring: wettelijke dagen vervallen in beginsel een halfjaar na het opbouwjaar; bovenwettelijke dagen verjaren pas na enkele jaren.
- Uitbetalen tijdens dienstverband: wettelijke dagen in beginsel niet, bovenwettelijke dagen wel (in onderling overleg).
- Eigen afwijkende afspraken: bij wettelijke dagen zeer beperkt, bij bovenwettelijke dagen ruim mogelijk.
Waarom de regels voor bovenwettelijke dagen soepeler zijn
De achtergrond ligt in het Europese recht. Het recht op betaalde vakantie is een grondrecht, vastgelegd in het EU-Handvest van de Grondrechten. De Europese arbeidstijdenrichtlijn waarborgt daarom een minimumrecht op vakantie van vier weken per jaar. Eerder oordeelde het Europees Hof van Justitie al dat een werknemer die door ziekte zijn wettelijke vakantiedagen niet kon opnemen, deze in beginsel moet kunnen doorschuiven.
De grote vraag was lange tijd: gelden diezelfde beschermende regels ook voor de extra dagen bóven dat minimum van vier weken?
Het arrest van 19 november 2019 (TSN/Fimlab)
In de zaak van een Finse laboratoriumassistente kwam dit op scherp te staan. Zij kon door ziekte haar cao-vakantiedagen niet opnemen. De Finse wet stond het doorschuiven van wéttelijke dagen bij ziekte wel toe, maar verbood dat voor de bovenwettelijke dagen. De vakbond vond dat in strijd met het EU-Handvest en stelde de zaak aan de orde tot bij het Europees Hof van Justitie.
Het Hof oordeelde dat de Europese minimumrichtlijn alleen het minimumrecht van vier weken waarborgt. Kennen lidstaten of cao-partijen extra vakantiedagen toe boven dat minimum, dan mogen zij daar zelf de voorwaarden voor bepalen. Bovenwettelijke vakantiedagen vallen dus niet onder het EU-recht, maar onder het nationale recht. De beschermende regels die het Hof bij ziekte ontwikkelde voor de wettelijke dagen, hoef je voor de bovenwettelijke dagen niet te volgen. Ook het EU-Handvest verbiedt zo’n afwijkende nationale regeling niet.
Welke afspraken mag je over bovenwettelijke vakantiedagen maken?
Door deze uitspraak houd je als werkgever veel vrijheid. Je legt de afspraken het beste schriftelijk vast, bijvoorbeeld in de arbeidsovereenkomst of in een personeelshandboek. Veelvoorkomende afspraken zijn:
- Geen doorschuiven van bovenwettelijke dagen. Je mag overeenkomen dat niet-opgenomen bovenwettelijke dagen aan het eind van het jaar vervallen, in plaats van mee te gaan naar het volgende jaar.
- Inruilen of verrekenen van bovenwettelijke dagen. Denk aan het verrekenen van bovenwettelijke dagen met ziektedagen, binnen de wettelijke grenzen.
- Geen of beperkte opbouw tijdens ziekte. Anders dan bij wettelijke dagen schrijft de wet niet voor dat bovenwettelijke dagen tijdens ziekte worden opgebouwd. Je mag hierover dus een eigen — ook gunstigere — regeling treffen.
- Negatief verlofsaldo bij uitdiensttreding. Je kunt afspraken maken over een negatief bovenwettelijk verlofsaldo bij uitdiensttreding.
Let op het verschil in verval en verjaring
Het onderscheid werkt ook door in de termijn waarbinnen dagen geldig blijven:
- Wettelijke dagen kennen een korte vervaltermijn: zij vervallen in beginsel een halfjaar na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd, tenzij de werknemer redelijkerwijs niet in staat was ze op te nemen.
- Bovenwettelijke dagen kennen een langere verjaringstermijn van enkele jaren. In de arbeidsovereenkomst of cao kunnen hierover aanvullende afspraken staan.
Belangrijk: volgens vaste Europese rechtspraak moet je als werkgever je werknemers tijdig informeren over hun openstaande dagen en hen aansporen die op te nemen. Doe je dat niet, dan kunnen dagen die anders zouden vervallen of verjaren, alsnog blijven staan — die informatie- en zorgplicht geldt voor wettelijke én bovenwettelijke dagen. Een actief verlofbeleid is dus geen overbodige luxe, maar voorkomt dat oude saldi zich opstapelen.
Pas op voor een toepasselijke cao
De Nederlandse wet geeft je veel ruimte, maar een verplichte cao kan die ruimte beperken. Een cao kan bijvoorbeeld een maximum stellen aan het aantal bovenwettelijke dagen, regels geven over de berekening ervan, of juist een ruimere bescherming bieden dan de wet. Ga daarom altijd eerst na of er een cao op jouw onderneming van toepassing is voordat je een eigen regeling invoert. Een afspraak die in strijd is met een dwingende cao-bepaling, is namelijk niet geldig.
In 4 stappen je verlofregeling op orde
- Inventariseer. Tel per werknemer hoeveel wettelijke en bovenwettelijke dagen er zijn en welke openstaan uit eerdere jaren.
- Controleer de cao. Stel vast of er een verplichte cao geldt en welke dwingende regels die over verlof bevat.
- Leg afspraken schriftelijk vast. Regel verval, uitbetaling en opbouw bij ziekte in de arbeidsovereenkomst of het personeelshandboek.
- Informeer tijdig. Wijs werknemers ieder jaar actief op hun openstaande dagen, zodat verval en verjaring stand houden.
Veelgestelde vragen over bovenwettelijke vakantiedagen
Mogen bovenwettelijke vakantiedagen vervallen?
Ja. Anders dan bij wettelijke dagen mag je als werkgever afspreken dat bovenwettelijke vakantiedagen aan het eind van het jaar vervallen of niet worden doorgeschoven, tenzij een cao iets anders bepaalt. Leg dit wel duidelijk schriftelijk vast en informeer je werknemers er tijdig over.
Bouwt een zieke werknemer bovenwettelijke vakantiedagen op?
De wet schrijft dat niet voor. Bij wettelijke dagen bouwt een zieke werknemer in beginsel gewoon door, maar voor bovenwettelijke dagen mag je hierover een eigen regeling treffen, bijvoorbeeld dat deze tijdens langdurige ziekte niet of beperkt worden opgebouwd.
Mag ik bovenwettelijke vakantiedagen uitbetalen?
Bovenwettelijke dagen mogen tijdens het dienstverband in geld worden uitbetaald als werkgever en werknemer dat afspreken. Voor wettelijke dagen geldt dat in beginsel niet: die zijn bedoeld om daadwerkelijk vakantie op te nemen. Bij het einde van het dienstverband worden openstaande dagen (wettelijk én bovenwettelijk) wel uitbetaald.
Wat is het verschil tussen verval en verjaring van vakantiedagen?
Verval betekent dat een dag na een korte termijn definitief komt te vervallen; dat geldt voor wettelijke dagen, in beginsel een halfjaar na het opbouwjaar. Verjaring is een langere termijn van enkele jaren en geldt voor bovenwettelijke dagen. In beide gevallen geldt dat de termijn alleen standhoudt als je werknemers tijdig hebt geïnformeerd over hun openstaande dagen.
Hoeveel bovenwettelijke vakantiedagen moet ik geven?
Geen enkele. Je bent alleen verplicht het wettelijk minimum te geven: vier keer het aantal overeengekomen werkdagen per week. Alles daarboven is vrijwillig en bepaal je zelf, tenzij een cao een minimum voorschrijft.
Geldt de regeling ook als er een cao van toepassing is?
Niet zonder meer. Een verplichte cao kan dwingende regels over (boven)wettelijke vakantiedagen bevatten die voorgaan op je eigen afspraken. Controleer daarom altijd eerst de toepasselijke cao voordat je een afwijkende regeling invoert.
Bovenwettelijke vakantiedagen waterdicht regelen?
Wil je een heldere, juridisch houdbare verlofregeling opstellen of je arbeidsvoorwaarden hierop aanpassen? Onze juristen arbeidsrecht kennen de wet én de cao-valkuilen en zorgen dat jouw regeling klopt. Liever eerst sparren over een concrete situatie? Bekijk onze rechtshulp voor ondernemers of plan direct een vrijblijvend intakegesprek in voor een eerste gratis advies.